Ontdek welke fouten veel gemaakt worden en leer de regels om ze te voorkomen. Scrol naar beneden voor concrete voorbeelden.
Ik heb hun gisteren gebeld.
Ik heb hen gisteren gebeld.
"Hun" en "hen" worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een verschil. Bij "hen" heb je het over iemand die iets ondergaat (je belt hen). Bij "hun" geef je iets aan iemand (je geeft hun een boek).
Hij wordt morgen gebelt.
Hij loop naar huis.
Hij wordt morgen gebeld.
Hij loopt naar huis.
Bij werkwoorden in de tegenwoordige tijd en bij voltooid deelwoorden (zoals "gebeld", "gelopen") gaat het vaak mis met de d of t op het einde.
Dat is jou fiets.
Dat is jouw fiets.
"Jou" en "jouw" worden vaak door elkaar gebruikt. Maar ze hebben een andere betekenis: "jou" is de persoon, "jouw" geeft aan dat iets van jou is.
Hij is groter als ik.
Hij is groter dan ik.
Bij het vergelijken van twee dingen gaat het vaak fout. Je gebruikt "als" of "dan" afhankelijk van wat je wilt zeggen.
Dat is me auto.
Dat is mijn auto.
In spreektaal (informele taal) hoor je vaak "me" in plaats van "mijn", maar in nette schrijftaal is het fout. "Me" en "mijn" hebben verschillende betekenissen.
Wat is er gebeurt?
Wat is er gebeurd?
Veel mensen denken dat "gebeuren" op een "t" eindigt in de voltooide tijd, maar het is een "d". Dit komt door de speciale regel voor het voltooid deelwoord.
Web shop
Lange termijn visie
Webshop
Langetermijnvisie
In het Nederlands worden woorden die samen een nieuw begrip vormen meestal aan elkaar geschreven. Veel mensen schrijven ze foutief los.
Ik ga naar een Basisschool.
Hij spreekt Nederlands en Frans.
Ik ga naar een basisschool.
Hij spreekt Nederlands en Frans.
Veel mensen denken dat woorden een hoofdletter moeten krijgen als ze belangrijk zijn, maar dat klopt niet. Talen krijgen wél een hoofdletter, maar algemene begrippen niet.
Alles dat ik zeg is waar.
Alles wat ik zeg is waar.
Na bepaalde woorden zoals "alles", "niets", "iets" en "datgene" moet je "wat" gebruiken, niet "dat". Dit is een veelgemaakte fout.
Ik heb teveel werk.
Ik heb te veel werk.
"Teveel" en "te veel" worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een verschil. Het hangt ervan af hoe je het woord gebruikt in de zin.
Ik ga na huis.
Ik ga naar huis.
"Na" en "naar" lijken op elkaar, maar hebben een verschillende betekenis. "Na" gaat over tijd, "naar" gaat over een richting of plek waar je naartoe gaat.
Hij is groter dan mij.
Hij is groter dan ik.
Veel mensen zeggen "groter dan mij" in spreektaal, maar in nette schrijftaal moet je de "onderwerpvorm" gebruiken. Dit is de vorm die je ook zou gebruiken als je de zin opnieuw zou beginnen.
Nu je de basis weet, is het tijd om te oefenen. Check onze spellingcontrole of bekijk meer grammatica tips.