Taalgids

De meest voorkomende Nederlandse taalfouten

Ontdek welke fouten veel gemaakt worden en leer de regels om ze te voorkomen. Scrol naar beneden voor concrete voorbeelden.

FOUT 1

Hen vs Hun

Fout

Ik heb hun gisteren gebeld.

Correct

Ik heb hen gisteren gebeld.

Uitleg

"Hun" en "hen" worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een verschil. Bij "hen" heb je het over iemand die iets ondergaat (je belt hen). Bij "hun" geef je iets aan iemand (je geeft hun een boek).

Taalregel

  • Hen = iemand die iets ondergaat → Ik zie hen, Ik bel hen
  • Hun = iemand die iets krijgt → Ik geef hun een boek
  • Ezelsbrug: Kun je "aan" voor het woord zetten? Dan is het hun.
    Ik geef hun een boekIk geef aan hun een boek
FOUT 2

D vs DT

Fout

Hij wordt morgen gebelt.

Hij loop naar huis.

Correct

Hij wordt morgen gebeld.

Hij loopt naar huis.

Uitleg

Bij werkwoorden in de tegenwoordige tijd en bij voltooid deelwoorden (zoals "gebeld", "gelopen") gaat het vaak mis met de d of t op het einde.

Taalregel

  • Bij "hij/zij/het": stam + t → hij loopt, hij werkt, hij belt
  • Bij voltooid deelwoord: gebruik de regel ''t kofschip'
  • Wat is 't kofschip? Dit is een ezelsbrug voor de medeklinkers: Koffie Filtraal Scheut CHocolade Pasta Thee Dag. Als het werkwoord op één van deze letters eindigt, krijgt het voltooid deelwoord een dt aan het einde. Anders alleen een d.
  • Voorbeelden: bellen → gebeld (l in kofschip ✓), lopen → gelopen (n niet in kofschip ✗), werken → gewerkt (k in kofschip ✓)
FOUT 3

Jou vs Jouw

Fout

Dat is jou fiets.

Correct

Dat is jouw fiets.

Uitleg

"Jou" en "jouw" worden vaak door elkaar gebruikt. Maar ze hebben een andere betekenis: "jou" is de persoon, "jouw" geeft aan dat iets van jou is.

Taalregel

  • Jou = de persoon → Ik zie jou, Jij bent groter dan jou
  • Jouw = iets dat van jou is → jouw fiets, jouw huis
  • Ezelsbrug: Kun je er "van" voor zetten? Dan is het jouw.
    Dat is jouw autoDat is van jou auto
FOUT 4

Als vs Dan

Fout

Hij is groter als ik.

Correct

Hij is groter dan ik.

Uitleg

Bij het vergelijken van twee dingen gaat het vaak fout. Je gebruikt "als" of "dan" afhankelijk van wat je wilt zeggen.

Taalregel

  • Dan = als iets groter, beter of meer is → hij is groter dan ik, ik werk harder dan jij
  • Als = als iets even groot of even mooi is → hij is even groot als ik, het is net zo mooi als vroeger
  • Ezelsbrug: Denk aan "dan" als het om verschil gaat (groeien, verbeteren) en "als" bij gelijkheid (evenveel, net zo).
FOUT 5

Me vs Mijn

Fout

Dat is me auto.

Correct

Dat is mijn auto.

Uitleg

In spreektaal (informele taal) hoor je vaak "me" in plaats van "mijn", maar in nette schrijftaal is het fout. "Me" en "mijn" hebben verschillende betekenissen.

Taalregel

  • Mijn = als iets van jou is (bezit) → mijn auto, mijn fiets, mijn idee
  • Me = als jij de persoon bent die iets doet → Hij ziet me, Bel me later
  • Ezelsbrug: Staat er een naamwoord achter (auto, fiets, huis)? Gebruik dan mijn. Is het een persoon die iets doet of ondergaat? Gebruik dan me.
FOUT 6

Is gebeurd vs Is gebeurt

Fout

Wat is er gebeurt?

Correct

Wat is er gebeurd?

Uitleg

Veel mensen denken dat "gebeuren" op een "t" eindigt in de voltooide tijd, maar het is een "d". Dit komt door de speciale regel voor het voltooid deelwoord.

Taalregel

  • Gebruik 't kofschip om te bepalen of een voltooid deelwoord op d of t eindigt.
  • De stam van "gebeuren" is "gebeur". Deze eindigt op "r", wat niet in 't kofschip staat. Daarom wordt het gebeurd (alleen een d).
  • Voorbeelden: gebeuren → gebeurd, vragen → gevraagd, werken → gewerkt
FOUT 7

Aan elkaar of los schrijven

Fout

Web shop

Lange termijn visie

Correct

Webshop

Langetermijnvisie

Uitleg

In het Nederlands worden woorden die samen een nieuw begrip vormen meestal aan elkaar geschreven. Veel mensen schrijven ze foutief los.

Taalregel

  • Heb je twee zelfstandige naamwoorden die samen één ding worden? Dan schrijf je ze aan elkaar.
  • Voorbeelden:
    • web + shop = webshop
    • lange + termijn + visie = langetermijnvisie
    • auto + rijden = autorijden
    • kantoor + baan = kantoorbaan
FOUT 8

Verkeerd gebruik van hoofdletters

Fout

Ik ga naar een Basisschool.

Hij spreekt Nederlands en Frans.

Correct

Ik ga naar een basisschool.

Hij spreekt Nederlands en Frans.

Uitleg

Veel mensen denken dat woorden een hoofdletter moeten krijgen als ze belangrijk zijn, maar dat klopt niet. Talen krijgen wél een hoofdletter, maar algemene begrippen niet.

Taalregel

  • Hoofdletter: Talen en nationaliteiten → Nederlands, Engels, Frans, Duits
  • Kleine letter: Algemene begrippen, opleidingen, functies → basisschool, universiteit, leraar, directeur
  • Let op: Als je het hebt over een specifieke school (met naam), dan krijgt die wél een hoofdletter: "Ik ga naar het Lorentz Lyceum."
FOUT 9

Dat vs Wat

Fout

Alles dat ik zeg is waar.

Correct

Alles wat ik zeg is waar.

Uitleg

Na bepaalde woorden zoals "alles", "niets", "iets" en "datgene" moet je "wat" gebruiken, niet "dat". Dit is een veelgemaakte fout.

Taalregel

  • Gebruik wat (niet "dat") na deze woorden:
  • alles wat ik zeg, niets wat ik doe, iets wat je moet weten, datgene wat ik bedoel
  • Ezelsbrug: Vraag je af: "Is het een ding of een persoon?" Als het een ding is waar je naar verwijst, gebruik dan wat.
FOUT 10

Te veel vs Teveel

Fout

Ik heb teveel werk.

Correct

Ik heb te veel werk.

Uitleg

"Teveel" en "te veel" worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een verschil. Het hangt ervan af hoe je het woord gebruikt in de zin.

Taalregel

  • Te veel (los) = als je het gebruikt om te zeggen dat er meer van iets is dan nodig → Ik heb te veel werk, Er is te veel lawaai
  • Teveel (samen) = als je het hebt over een hoeveelheid of overschot → Het teveel werd weggegooid
  • Ezelsbrug: Kun je het woord "overschot" gebruiken? Dan is het teveel. In alle andere gevallen is het te veel.
FOUT 11

Na vs Naar

Fout

Ik ga na huis.

Correct

Ik ga naar huis.

Uitleg

"Na" en "naar" lijken op elkaar, maar hebben een verschillende betekenis. "Na" gaat over tijd, "naar" gaat over een richting of plek waar je naartoe gaat.

Taalregel

  • Na = na iets in de tijd → na het eten, na het weekend, na de les
  • Naar = naar een plek of richting → naar huis, naar de winkel, naar school
  • Ezelsbrug: Vraag je af: "Ga ik ergens naartoe?" Dan is het naar. Gaat het over een moment ná iets? Dan is het na.
FOUT 12

Groter als mij vs Groter dan ik

Fout

Hij is groter dan mij.

Correct

Hij is groter dan ik.

Uitleg

Veel mensen zeggen "groter dan mij" in spreektaal, maar in nette schrijftaal moet je de "onderwerpvorm" gebruiken. Dit is de vorm die je ook zou gebruiken als je de zin opnieuw zou beginnen.

Taalregel

  • Na "dan" (bij vergelijking) gebruik je de vorm die je ook als onderwerp gebruikt.
  • Voorbeelden:
    • Ik ben groter dan jij (niet: jou)
    • Zij is slimmer dan ik (niet: mij)
    • Hij werkt harder dan wij (niet: ons)
  • Ezelsbrug: Haal de rest van de zin weg en kijk welke vorm je zou gebruiken. "Groter dan ik" klinkt logischer dan "groter dan mij" als je alleen die twee woorden hoort.

Oefenen maar!

Nu je de basis weet, is het tijd om te oefenen. Check onze spellingcontrole of bekijk meer grammatica tips.